Veelgestelde vragen

1. Hoe komen wij erachter of jullie hulp door de zorgverzekeraar wordt vergoed?

Sinds januari 2015 is de verantwoordelijkheid voor de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen overgeheveld naar de gemeentes. Gemeentes zijn contracten aangegaan met een groot aantal instellingen;  veelal van oorsprong tweedelijns instellingen waarbinnen gewerkt wordt met een zogenaamde DBC (Diagnose Behandel Combinatie). Wij hebben geen contract met de gemeente, dit betekent dat de zorg die wij verlenen veelal door ouders zelf wordt betaald.
Sommige zorgverzekeraars hanteren een overgangsperiode en vergoeden nog steeds (deels) kosten voor 1e lijns psychologische hulp. Dit gaat echter in bijna alle gevallen om hulp van een GZ-psycholoog of orthopedagoog generalist. Bovendien moet er voor de vergoeding een DBC worden geopend en aangezien wij geen diagnoses stellen (zie ook hier) openen wij ook geen DBC’s. Onze ervaring is dat onze hulp eigenlijk zelden wordt vergoed. Neem bij twijfel contact op met de zorgverzekeraar.

2. Mijn kind is mogelijk hoogbegaafd en wij denken aan een intelligentietest. Is het aan te raden om dit te laten doen door iemand met expertise op het gebied van HB en zo ja: wat is dan de meerwaarde?

In principe kan iedere psycholoog, of orthopedagoog met diagnostische bevoegdheid een intelligentietest afnemen, ook bij een kind met een vermoeden van hoogbegaafdheid.
Wél is er bij deze doelgroep een aantal specifieke valkuilen, zoals bijvoorbeeld: onderpresteren op vragen die ‘te makkelijk’ zijn (binnen een intelligentietest wordt op basis van leeftijd bepaald op welk niveau wordt gestart. Regelmatig is dit niveau voor slimme kinderen wat te laag), zoeken naar een ‘addertje onder het gras’ (dat er niet is!), of ‘te moeilijk denken’. Het is belangrijk reacties en gedrag dat hiermee samenhangt te herkennen en hier op de juiste manier op te reageren. Hiermee wordt voorkomen dat het kind op de test minder laat zien, dan waartoe het in staat is.
Wij hebben hiermee veel ervaring en zijn opgeleid om hier zo adequaat mogelijk op te anticiperen in de post universitaire opleiding tot ‘Specialist in Gifted Education’ (Radboud Universiteit Nijmegen).

3. Wat moet ik mij precies voorstellen bij ‘opvoedadvies’?

Advies met betrekking tot de opvoeding kan over veel verschillende onderwerpen gaan. Het kan zijn dat je een kind hebt dat heel snel boos wordt en jij als ouder niet weet hoe je daar op een juiste manier op moet reageren. Of:je kind eet heel erg slecht en je kunt dat patroon niet doorbreken. Met andere woorden een ‘opvoedadvies’ is op maat. Ouders kunnen met alle vragen die betrekking hebben op opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen bij ons terecht. Soms zijn ouders met een consult op weg geholpen, soms zijn er meerdere afspraken nodig. Advies met betrekking tot opvoeding kan worden gegeven in een persoonlijk consult (bij ons op de praktijk of bijvoorbeeld bij u thuis) of via de telefoon, of skype. Kijk voor alle mogelijkheden hier.

4. Wat maakt jullie aanpak ‘oplossingsgericht’?

Wij proberen in alles wat wij doen (gesprekken, begeleiding, onderzoek, advies) te focussen op dat wat goed gaat, in plaats van op wat er ‘mis is’. Natuurlijk betekent dit niet dat er geen problemen kunnen/mogen zijn, of dat wij deze bagatelliseren. Echter, vaak is het constructiever om (ook) te kijken naar wat de sterke kanten zijn, dan alleen maar te kijken naar wat er niet goed gaat en dit trachten te ‘repareren’. Sterke kanten kunnen vaak heel goed worden ingezet ter compensatie. Bovendien functioneert een kind het meest optimaal wanneer het lekker in zijn/haar vel zit en zelfvertrouwen heeft. Dit lukt alleen wanneer ook positieve punten worden benadrukt. Ook voor de omgeving (ouders en school) kan het veel lucht geven wanneer in beeld is dat er eigenlijk ook heel veel gewoon goed gaat.

5. Wat moet je je kind vertellen als het wordt getest/begeleid?

Natuurlijk ken je als ouder je eigen kind het best en moet je het vooral vertellen op een manier die bij jullie en jullie opvoeding/gezin past. Onze tips zijn: vertel het je kind niet al te lang van te voren (dit kan alleen maar spanning oproepen), maak het niet te ‘groot’ en breng het als iets ‘gezelligs’. Onze ervaring is dat kinderen het doorgaans heel leuk vinden om bij Buro Bloei te komen. Ons kantoor is geen klinische setting, maar heeft vooral een ‘huiskamer-uitstraling’.
Verder vinden wij het belangrijk dat kinderen weten dat zij bij ons komen om nóg beter te worden in bepaalde dingen en dat wij ook hun ouders en/of school helpen (de kinderen zijn dus niet de enigen die moeten oefenen). Kinderen moeten geenszins het gevoel hebben dat zij bij ons komen omdat er met hen ‘iets mis’ is. Iedereen heeft vaardigheden waar hij/zij beter in kan worden!

6. Wat doen jullie in de individuele begeleiding precies?

Het is moeilijk hier een precies antwoord op te geven, daar onze individuele begeleidingen zogenaamd ‘maatwerk’ zijn. Natuurlijk hebben wij algemene protocollen, zie: hier. Echter, de concrete invulling van de oefeningen en te behandelen thema’s verschillen per kind.
Voorbeelden van begeleidingsthema’s zijn: versterken van het zelfvertrouwen, beter worden in contact maken en onderhouden met leeftijdsgenootjes, omgaan met angstige gedachten en gevoelens, beter leren omgaan met fouten maken en het verwerken van verdrietige gevoelens.

7. Accepteren middelbare scholen een NIO of WISC-III als toelating?

Toelating op een school voor voortgezet onderwijs geschiedt immer op basis van het advies van de basisschool. De basisschool baseert dit advies op het beeld dat de school van de leerling heeft, de prestaties van de leerling door de jaren heen en de CITO-eindtoets.
Soms heeft een leerling lager, of anders gepresteerd op de CITO-eindtoets dan werd verwacht, of waartoe de leerling in staat wordt geacht. In sommige gevallen wil de school voor voorgezet onderwijs dan een aanvullend onderzoek, ter bevestiging van de potentie van de leerling. De NIO en de WISC-III zijn hiervoor geschikte instrumenten. De NIO geeft een indicatie van de intelligentie (‘intelligentie-index’) en kan zowel individueel, als groepsgewijs worden afgenomen. De WISC-III is een intensievere test, die alleen individueel kan worden afgenomen. Deze test geeft dan ook een IQ-score.
Wij adviseren altijd om bij de betreffende middelbare school vooraf goed te informeren welke testscores zij accepteren en welke niet.

8. Hoe lang is een intelligentieonderzoek geldig?

Deze vraag is heel goed en mooi beantwoordt door onze collega Yaron Kaldenbach, van www.apollopraktijk.nl. Daarom citeren wij hem: 'IQ-getallen krijgen vaak pas betekenis als je hierin andere zaken meeneemt zoals de omstandigheden rondom testafname, de observaties tijdens het onderzoek (motivatie, concentratie, vermoeidheid, enz.), schoolresultaten, of uw kind de laatste tijd lekker in zijn vel zit, medicijngebruik, enz. De test geeft een schatting van het niveau van het kind van dat moment. Het kan soms een verklaring bieden voor hoe het de laatste periode is gegaan of helpen bij een voorspelling voor de nabije toekomst (bijvoorbeeld schoolniveau). Een IQ staat niet voor het leven vast en heeft meestal een geldigheidsduur van 1-2 jaar. Intelligentie kan ook binnen bepaalde marges ontwikkelen als een kind gestimuleerd wordt.
Daarnaast is het goed om te weten dat er verschillende methoden voor analyse van de WISC- III bestaan. Hierdoor kan het voorkomen dat u bij een andere instelling of onderzoeker iets andere betekenissen of conclusies kunt aantreffen bij dezelfde getallen. Neemt u bij vragen contact op met degene die bij uw kind het onderzoek heeft uitgevoerd'.

9. Geven jullie kinderen een diagnose?

Nee, wij geven kinderen geen diagnose. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom een kind moeite heeft met sociaal contact, snel afgeleid is of heel druk kan reageren. Wij proberen te achterhalen waar die symptomen vandaan komen en of er bijvoorbeeld iets  in de omgeving is dat dit gedrag opwekt/versterkt. Op basis van informatie die wij verzamelen (o.a. door gesprekken met ouders/school, of diagnostische onderzoek) formuleren wij een passend advies. Als wij denken dat er meer nodig is, of dat er wél behoefte is aan duidelijkheid in de vorm van een diagnose (bijvoorbeeld om passende ondersteuning te kunnen financieren) verwijzen wij door naar fijne collega’s in de tweede lijn (GGZ).